Nederland in 2030: (Bijna) halverwege het uitbannen van broeikasgassen

Home/Geen onderdeel van een categorie/Nederland in 2030: (Bijna) halverwege het uitbannen van broeikasgassen

Nederland in 2030: (Bijna) halverwege het uitbannen van broeikasgassen

a Spanje, Italië en Portugal is het nu de beurt aan Nederland om met zijn Nationaal Energie- en Klimaatplan (NEKP) in het Magnus Blog te schitteren. Het NEKP van Nederland geeft net als dat van andere landen de ambities voor 2030 weer en beschrijft de maatregelen die in de periode 2021 – 2030 zullen worden genomen om deze ambities te realiseren. Het NEKP en de doelstellingen voor 2030 markeren de weg naar het einddoel van (bijna) volledig duurzaam energieverbruik in 2050 en de uitvoering van het Akkoord van Parijs.

In dit stadium hebben de NEKP’s de status van concept, de definitieve versies moeten voor het einde van 2019 worden gepresenteerd. In het geval van Nederland zal het concept NECP worden aangevuld met meer concrete maatregelen die momenteel worden uitgewerkt in het Klimaatakkoord. Dit akkoord is een uitdrukking van een lange (Nederlandse) traditie om alle belanghebbenden te betrekken bij belangrijke langetermijn beleidsbeslissingen, om zo een breed maatschappelijke draagvlak te waarborgen. Het concept NEKP is het kader dat de ambities voor 2030 en daarna vastlegt.

Doelstellingen voor 2030

Omdat het de broeikasgassen zijn die de klimaatverandering veroorzaken, heeft Nederland ervoor gekozen om de reductie van broeikasgassen als hoofddoel te stellen. Andere doelstellingen, zoals het percentage duurzame energie en de verhoging van de energie-efficiëntie, worden van deze hoofddoelstelling afgeleid.

Broeikasgassen

De Europese Unie heeft zich er namens haar lidstaten toe verbonden om de uitstoot van broeikasgassen tegen 2030 met ten minste 40% te verminderen ten opzichte van het niveau van 1990. Nederland steunt deze toezegging, maar geeft aan dat deze onvoldoende zal zijn om de gemiddelde temperatuurstijging wereldwijd ruim onder de 2°C te houden. Nederland heeft daarom de ambitie om de uitstoot van broeikasgassen in 2030 met 49% te verminderen. Nederland is voorstander van een nog ambitieuzere reductie van 55% in 2030, als dit op Europees niveau kan worden afgesproken.

Hernieuwbare energie en energie-efficiëntie

Nederland steunt de verhoging van de Europese doelstelling voor duurzame energie in 2030 tot 32%. Nederland hanteert echter een bandbreedte van 27 tot 35% voor de nationale doelstelling voor duurzame energie (de eerder vastgestelde doelstellingen zijn 14% in 2020 en 16% in 2023). De uiteindelijke doelstelling zal gebaseerd zijn op berekeningen van de meest kostenefficiënte vertaling van de doelstelling van 49% reductie van broeikasgassen naar een aandeel duurzame energie.

De indicatieve nationale bijdrage van Nederland aan de Europese energie-efficiëntiedoelstelling van 32,5% is ook afhankelijk van een kostenefficiënt pakket van maatregelen waarmee in 2030 een reductie van 49% van de CO2-uitstoot kan worden bereikt. Ondanks de bandbreedte beweert Nederland een bovengemiddelde bijdrage te leveren aan de Europese doelstellingen voor duurzame energie (32%) en energie-efficiëntie (32,5%).

Beleidsmaatregelen

De concrete maatregelen in het Nederlandse NEKP omvatten de sluiting van alle kolencentrales, het groener en duurzamer maken van het belastingstelsel, een forse toename van offshore windenergie, het energie-efficiënter maken van gebouwen en de verkoop van uitsluitend nieuwe personenauto’s zonder uitstoot in 2030.

Kolencentrales

De Nederlandse regering is van plan alle resterende vijf kolencentrales uiterlijk in 2030 te sluiten. De Nederlandse regering doet dit door middel van een wetsvoorstel waarin het gebruik van steenkool als brandstof voor de productie van elektriciteit per 1 januari 2030 wordt verboden. Hiermee wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan de ambitie om de CO2-uitstoot in 2030 met 49% te verminderen.

Hernieuwbare productie

De Nederlandse overheid zal het aandeel van duurzame energie in de energiemix tussen 2020 en 2030 verder vergroten. Nederland heeft verschillende mechanismen om duurzame energie te stimuleren, die gehandhaafd of versterkt worden om de doelstellingen voor 2030 te bereiken.

In het kader van de Subsidieregeling Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE+) komen producenten in aanmerking voor een subsidie voor de duurzame energie die zij produceren. De SDE+-subsidieregeling vergoedt het verschil tussen de prijs van de duurzame energieopwekking en de marktprijs van de geleverde energie: het niet-rendabele aandeel. Vanaf 2020 zal de SDE+-subsidieregeling worden uitgebreid om ook aanvullende technieken te stimuleren die de CO2-uitstoot verminderen, bijvoorbeeld in industriële processen.

Naast de meer generieke SDE+-subsidieregeling die verschillende technieken voor duurzame energie stimuleert, heeft Nederland de afgelopen jaren een specifiek beleid ontwikkeld voor offshore windenergie. De aanvankelijke doelstelling voor offshore windenergie was om in 2023 4,5 GW geïnstalleerd vermogen te hebben. De Routekaart Offshore Windenergie 2030 versterkt deze ambitie. Tussen 2024 en 2030 zullen offshore windparken worden gerealiseerd met een gemiddelde uitbreiding van 1 GW per jaar, wat resulteert in 11,5 GW geïnstalleerd vermogen in 2030. In de komende jaren zullen nieuwe offshore gebieden worden aangewezen als zone voor offshore windenergie. De meest recente aanbesteding voor offshore windenergie is gewonnen door een ontwikkelaar die van plan is het windpark zonder subsidie te bouwen en te exploiteren (exclusief netaansluiting). Op dit moment wordt de wetgeving aangepast om toekomstige vergunningen voor offshore windparken via een veiling aan de hoogste bieder te verstrekken.

Het installeren van zonnepanelen door huishoudens blijft nog tot 2030 gestimuleerd worden. De elektriciteit aan het net wordt teruggeleverd en de elektriciteit die van het net wordt afgenomen kunnen nog tot 2023 worden gesaldeerd. Kleine verbruikers hoeven dus geen leveringskosten, energiebelasting, toeslag voor duurzame energie of BTW te betalen voor de van het net afgenomen elektriciteit, voor zover dit wordt gecompenseerd met de teruglevering van elektriciteit aan het net. De salderingsregeling wordt op termijn vervangen door een subsidie voor teruglevering van energie met een lagere financiële prikkel, die geleidelijk zal worden afgebouwd tot 2030.

De aangekondigde extra uitrol van offshore windenergie en de verdere toename van de bijdrage van zonne- en andere duurzame energie zullen leiden tot een sterke groei van het aandeel duurzame elektriciteit in de nationale elektriciteitsproductie. Tegen 2025 zal dit aandeel gestegen zijn tot ongeveer de helft en tegen 2030 zal het bijna tweederde bedragen. De conventionele energieproductie uit gas en uit steenkool zal onder druk komen te staan. Nederland zal door deze omstandigheden per saldo steeds meer elektriciteit importeren.

Energie-efficiëntie van gebouwen

Om de energie-efficiëntie te verhogen en het gasverbruik te verminderen, is de Nederlandse overheid van plan om een aanzienlijk percentage van de gebouwen los te koppelen van het gasnet, zodat deze niet meer met aardgas worden verwarmd. Verbeterde isolatie van gebouwen en het gebruik van nieuwe efficiënte technieken zoals warmtepompen, zullen dit mogelijk maken. Nieuwbouwwoningen worden niet meer automatisch op het gasnet aangesloten en gemeenten bepalen per wijk hoe duurzaamheid wordt gerealiseerd en welke infrastructuur adequaat is.

Mobiliteit

Het percentage elektrische voertuigen zal worden verhoogd. De exacte maatregelen moeten nog worden vastgesteld. Het kabinet zal zich houden aan de eerder genoemde doelstellingen, waaronder de ambitie om de gemiddelde uitstoot van personenauto’s in 2030 met 44% te verminderen ten opzichte van 2010. In 2030 zal honderd procent van de nieuw verkochte personenauto’s auto’s zonder uitstoot moeten zijn.

Robuustheid van het netwerk

Het Nederlandse elektriciteitsnetwerk heeft relatief veel internationale verbindingen. De Nederlandse elektriciteitsmarkt is verbonden met vier (uit te breiden tot vijf in 2019) buurlanden. Op dit moment heeft Nederland interconnectoren met een capaciteit van 16% van het gebruik en voldoet daarmee al aan de doelstelling voor 2030 van 15%. In de komende tien jaar zal de koppelingscapaciteit naar verwachting verdubbelen van 5,5 GW in 2016 tot 10,8 GW in 2025.

Nederland acht meer flexibiliteit in het systeem noodzakelijk als gevolg van de voortdurende toename van complexiteit van het elektriciteitssysteem. Nederland zal het marktregime de komende jaren aanpassen om meer flexibiliteit mogelijk te maken en kleine verbruikers een betere toegang tot de markt en marktprikkels te bieden.

 

Klimaatovereenkomst

Het concept NEkP van Nederland definieert het kader en de ambities voor het Nederlandse energie- en klimaatbeleid voor 2030 en daarna en beschrijft de maatregelen die reeds genomen worden. Het ontbreekt echter aan voldoende concrete maatregelen om alle ambities te realiseren. In het Klimaatakkoord worden momenteel meer concrete maatregelen uitgewerkt. Door middel van dit akkoord wil de Nederlandse overheid een overeenkomst sluiten met lokale en regionale overheden, bedrijven, natuur- en milieuorganisaties, vakbonden en andere maatschappelijke belanghebbenden over de maatregelen die nodig zijn om in 2030 een reductie van 49% van de uitstoot van broeikasgassen te bereiken en Nederland op koers te krijgen voor de doelstellingen voor 2050.

Rens van de Ven | Energy Consultant

By | 2019-06-25T13:05:46+00:00 juni 25th, 2019|Categories: Geen onderdeel van een categorie|Tags: , , |Reacties uitgeschakeld voor Nederland in 2030: (Bijna) halverwege het uitbannen van broeikasgassen