´Bad brake ups´ doen pijn, ook in de oliemarkt

Home/Geen onderdeel van een categorie/´Bad brake ups´ doen pijn, ook in de oliemarkt

´Bad brake ups´ doen pijn, ook in de oliemarkt

In de huidige situatie van hele economieën die verlamd zijn door de uitbraak van het coronavirus, zou je denken dat de olieproducerende landen (net als iedereen) genoeg zorgen hebben maken. Nu veel economische activiteit, waaronder het internationale vliegverkeer, tot stilstand komt, is het vraagverlies enorm. Desondanks zijn de OPEC en Rusland er niet alleen niet in geslaagd om een nieuw akkoord te sluiten over, maar zijn ze zelfs een prijzenoorlog begonnen. Waarom hebben ze dat gedaan? Wat kunnen we nu verwachten? In dit blog zullen we proberen licht op deze zaak te schijnen en een blik op de geschiedenis te werpen om te zien welke parallellen we kunnen vinden.

OPEC en haar doelstellingen

De Organisatie van Olie-exporterende Landen (OPEC) werd in 1960 in Bagdad opgericht door de eerste vijf leden (Iran, Irak, Koeweit, Saoedi-Arabië en Venezuela) en heeft sinds 1965 zijn hoofdkantoor in Wenen. Momenteel telt de OPEC 13 lidstaten, met naast de eerste leden ook de Verenigde Arabische Emiraten en zeven Afrikaanse landen. De OPEC-leden zijn goed voor ongeveer 40 procent van de wereldwijde olieproductie en zelfs 80 procent van de bewezen oliereserves in de wereld. Een zeer aanzienlijk aandeel, waardoor de OPEC een grote invloed heeft op de wereldwijde olieproductie en -prijzen.

Het idee van de samenwerking is eenvoudig; in plaats van te concurreren om marktaandeel en het ondergraven van elkaars prijzen, is het beter om te coördineren en het eens te worden over de gewenste productie- en/of prijsniveaus. Hetzelfde zou kunnen gelden voor concurrerende bedrijven op de markt, maar dat gaat ten koste van het belang van de consument en is daarom verboden. Dit verbod wordt gehandhaafd door (nationale) mededingingsautoriteiten die boetes kunnen opleggen aan bedrijven die zich niet aan deze regels houden. De mededingingsautoriteiten zijn echter vanzelfsprekend niet bevoegd om andere staten aan te pakken.

Prisoners´ dilemma

Wat in theorie gemakkelijk lijkt, kan in de praktijk toch ingewikkeld zijn. Misschien niet zozeer in goede tijden, wanneer veel vraag en hoge prijzen olieproducerende landen in de verleiding kan brengen om de productie te verhogen. In dit soort marktsituaties is de noodzaak van productiebeperking niet groot, en in ieder geval kan extra productie worden getolereerd om prijsstijgingen tegen te gaan omdat stabiele, houdbare prijzen meer in het belang zijn van de olieproducenten dan sterke stijgingen en dalingen.

De zaken veranderen in situaties met weinig vraag en lage prijzen. In die situatie worden de olieproducerende landen twee keer getroffen; zij moeten hun productie om zich aan de productiebeperkingen te kunnen houden en zij moeten hun olie tegen de huidige lage marktprijzen verkopen. Ideaal in deze situatie zou zijn dat andere landen hun productie verminderen en zo de prijzen ondersteunen, terwijl het individuele land zelf zijn productie kan verhogen om meer inkomsten te genereren. Dit geldt uiteraard voor elk afzonderlijk land. Hierdoor ontstaat de noodzaak om te coördineren en afspraken te maken over productiebeperkingen. Maar wanneer het niet mogelijk is om te coördineren, bijvoorbeeld door een gebrek aan vertrouwen tussen landen, komen landen in een klassiek prisoners´ dilemma terecht. In dit prisoners´ dilemma zou de groep landen beter af zijn als ze zouden coördineren en productiebeperkingen afspraken. Als landen echter geen vertrouwen hebben in de andere landen, kunnen ze alleen hun eigen acties optimaliseren. In dit geval is de optimale actie het verhogen van de productie. Als andere landen hun productie verminderen, geweldig: de prijzen worden ondersteund en de hogere productie leidt tot hogere opbrengsten. Als andere landen ook hun productie verhogen, is in ieder geval het individuele land niet het enige dat zichzelf in bedwang houdt. Aangezien elk land dezelfde redenering heeft, is het zeker dat het resultaat het ´slechte´ evenwicht zal zijn waarin iedereen de productie verhoogt. (N.B.: het prisoners´ dilemma heeft zijn naam te danken aan de situatie waarin twee inbrekers worden gepakt en ze uiteindelijk allebei bekennen omdat ze niet de enige willen zijn die niet bekent en de hoogste straf krijgt, ook al zouden ze er het beste van af zijn als ze allebei niet zouden bekennen).

De Russische en Saudi Arabische leiders in betere tijden (Bron: Al Jazeera, 2018)

Saoedi-Arabië en Rusland

De OPEC-onderhandelingen en de beweegredenen van de landen zijn veel complexer dan in het hier beschreven vereenvoudigde scenario. Maar het kan goed zijn dat Rusland hoopte dat de OPEC het vuile werk voor hem zou opknappen en dat zichzelf productieverlagingen zou opleggen om de prijzen te ondersteunen, terwijl Rusland zijn handen vrij zou houden om de productie te verhogen en zo meer inkomsten te genereren. En het is geen toeval dat deze situatie, waarin de prijzen al onder druk stonden, ertoe heeft geleid dat het pact tussen de OPEC en Rusland na drie jaar uitelkaar is gevallen. En de beslissing van Saoedi-Arabië om represailles te nemen door zijn productie te verhogen, kan inderdaad worden gezien als een logische tegenbeweging, hoewel die onevenredig lijkt. Zeker is dat beide landen slechter af zijn, in ieder geval op de korte termijn. Saoedi-Arabië zal hopen dat zijn krachtige reactie Rusland ervan weerhoudt om in de toekomst nogmaals zijn eigen koers te kiezen, maar dat valt nog te bezien en is op zijn minst twijfelachtig.


Eerdere belangrijke momenten waarop de OPEC werd geconfronteerd met dalende olieprijzen:

1985-1986: De OPEC heeft in het begin van de jaren tachtig de productie verlaagd om de olieprijzen te ondersteunen, waarbij Saoedi-Arabië het grootste deel van de verlagingen voor zijn rekening nam. Maar de prijzen, die in 1980 boven de 30 dollar per vat lagen, gleden nog steeds weg te midden van de stijgende productie van niet-OPEC-landen zoals Noorwegen en de VS (in Alaska). Gefrustreerd door het verlies van marktaandeel en door pogingen om overtollige productie van andere OPEC-landen te straffen, verhoogde Saoedi-Arabië de productie, waardoor de olieprijzen in 1986 aanvankelijk onder de 10 dollar kwamen te liggen. De prijzen herstelden zich langzaam van het dieptepunt, deels door internationale grote oliemaatschappijen met hogere kosten dan de OPEC te dwingen de ontwikkeling van nieuwe projecten te vertragen.

1997-1999: OPEC verhoogde de productie nadat Saudi Arabia´s olieminister Ali Naimi had gezegd dat de verhoging nodig was om aan de groeiende vraag uit China te voldoen. Maar de Aziatische financiële crisis en de overproductie van de OPEC leidden tot een ineenstorting van de olieprijzen tot ongeveer 9 dollar per vat in 1999. De OPEC kondigde drie productieverminderingen aan tussen april 1998 en april 1999, waarbij 4,3 miljoen vaten olie per dag (bpd) uit de markt werden genomen. De verlagingen gingen gepaard met een Saoedisch ultimatum aan Venezuela en andere OPEC-producenten om de productie van meer dan hun quotum te stoppen. Naast de verlagingen van de OPEC heeft de in Wenen gevestigde groep ook bijgedragen tot het herstel van de olieprijzen door toezeggingen voor verlagingen af te dwingen bij verschillende niet-OPEC-landen, waaronder Mexico, Noorwegen, Oman en Rusland.

Mijlpalen in de ontwikkeling van de olieprijzen (bron: Reuters, 2020)

2008: De financiële crisis gaf de olieprijs een van de grootste schokken in de geschiedenis, aangezien de prijs van ruwe olie daalde van een piek van 147 $/bbl in juli tot 36 $/bbl in december. Tussen september en december heeft de OPEC drie vergaderingen gehouden waarin de groep overeenkwam om 4,2 miljoen bpd van de markt af te houden. Vanaf begin 2009 begon de prijs zich te herstellen.

2014-2016: De bloeiende Amerikaanse schalieproductie heeft sinds 2012 marktaandeel gewonnen op de OPEC. Maar zelfs toen de prijzen begonnen te dalen, heeft Saoedi-Arabië de productie niet verminderd om te voorkomen dat er nog meer terrein verloren zou gaan. De olieprijzen daalden tot bijna $27 in 2016 van meer dan $115 in 2014. Geconfronteerd met budgettaire beperkingen, werkten Saoedi-Arabië en Rusland samen om een informele alliantie van OPEC en andere producenten te creëren, OPEC+ genaamd. De groep ging akkoord met de eerste beperkingen in 2016, en in januari 2020 bedroegen de beperkingen in totaal 2,1 miljoen bpd, waarbij Saoedi-Arabië opnieuw de grootste beperkingen voor zijn rekening nam. De verlagingen slaagden erin de prijzen enigszins te ondersteunen, totdat het uitbreken van het coronavirus de vraag deed afnemen en de overeenkomst tussen de OPEC en Rusland uit elkaar viel.


Hoe gaat dit verder?

Langdurige perioden met prijsniveaus van ongeveer 30 $/bbl is iets wat we niet meer hebben gezien sinds meer dan 15 jaar geleden de toenemende vraag in China een belangrijke factor begon te worden in de oliemarkt. Voor die tijd zagen we nog wel lange periodes van olieprijzen van rond de 20 $/bbl, hoewel het belangrijk is te vermelden dat we het hier hebben over nominale termen, onvergelijkbaar met 20 $/bbl vandaag de dag. Wat zeker is, is dat weinig of geen van de producenten zich comfortabel voelen bij het huidige lage prijsniveau. Amerikaanse schalieolie is winstgevend vanaf ongeveer 50 $/bbl, Russische olieboringen zouden een prijs van ongeveer 30 $/bbl nodig hebben om winstgevend te zijn, terwijl Saoedi-Arabië relatief gemakkelijk toegankelijke oliereserves heeft en de oliewinning ook bij lagere prijzen nog rendeert. Echter, zowel Saoedi-Arabië als Rusland hebben de inkomsten uit olie (en andere natuurlijke hulpbronnen) nodig om de overheidsuitgaven te financieren, zodat zelfs als de huidige lage prijzen niet genoeg zijn om het boren te stoppen, ze wel andere problemen veroorzaken, vooral op de (middel)lange termijn. De huidige lage prijzen zullen ook van invloed zijn op nieuwe exploratie-inspanningen, wat leidt tot minder productiecapaciteit in de toekomst, wanneer de vraag misschien is toegenomen en de prijzen weer zouden kunnen stijgen. Ten derde, zoals in het kader over andere momenten waarop de OPEC werd geconfronteerd met dalende olieprijzen valt te lezen, heeft de OPEC de neiging om uiteindelijk de gelederen te sluiten en het eens te worden over nieuwe productieverminderingen in moeilijke tijden, hoewel dit tijd kan vergen. Op basis van deze argumenten zijn de huidige lage prijzen op de termijn niet houdbaar. Op korte termijn zal de prijsontwikkeling afhangen van de ontwikkeling van de vraagfactoren (vooral het coronavirus) enerzijds en de acties van Saoedi-Arabië en Rusland anderzijds.

Wat te doen?

Het is niet gemakkelijk om te voorspellen wat de acties van Saoedi-Arabië en Rusland zullen zijn, maar het is zeker dat het voor geen van beide acceptabel is om verlies toe te geven. Met de huidige lage prijzen is het daarom het overwegen waard om voor de korte termijn posities ongedekt te laten. Zorgen over de olievraag als gevolg van de nog steeds verergerende coronavirusuitbraak zijn een extra reden daarvoor. Voor gas contract geïndexeerd aan halfjaargemiddelden van de (Brent) olieprijs, zullen de huidige lage olieprijzen waarschijnlijk zorgen voor gunstige gasprijzen in het derde en vierde kwartaal.

Maar het is ook van belang om voorbij de korte termijn te kijken. De huidige lage prijzen zijn uiteindelijk niet houdbaar. De huidige marktsituatie is daarom een gunstig moment om lage prijzen voor de (middel)lange termijn veilig te stellen, voordat de markt begint te herstellen. We raden daarom aan om de ontwikkelingen in de oliemarkt en de regelmatige updates die we daarover geven, nauwlettend in de gaten te houden.

Rens van de Ven | Energy Consultant

By | 2020-03-24T12:55:54+00:00 maart 24th, 2020|Categories: Geen onderdeel van een categorie|Tags: , , |Reacties uitgeschakeld voor ´Bad brake ups´ doen pijn, ook in de oliemarkt